Nieuwsbrief Doen Wat Werkt 213 - w38 2011

  • Complimenteren en mindset
  • Tijd voor een nieuwe procedure afspraak in de tweede kamer?
  • Als je zelf kunt kiezen.....
  • Nieuw boek van Robert Frank: The Darwin Economy
  • Vier breinfeiten en hun relatie met mindset
  • Lying - Is het wenselijk en mogelijk om altijd de waarheid te spreken?

Complimenteren en mindset

Positieve effecten van complimenteren 
Als mensen elkaar een compliment geven kan dat relatieversterkend werken, omdat de ene persoon erkenning geeft aan de andere persoon. Die positieve interactie wekt positieve emoties op, men vindt elkaar aardiger en gaat meer open staan voor elkaar. Ook kan een compliment informatie geven over wat belangrijk wordt gevonden, waardoor de aandacht daarnaar toe gaat. Ten slotte kan een compliment informatie geven over iets waarvan de persoon zich niet zo bewust was, waardoor hij dat effectieve gedrag bewuster ter beschikking krijgt.

Negatieve effecten van complimenteren 

Een compliment kan neerbuigend overkomen. Complimenten voor simpele prestaties kunnen de boodschap geven dat er weinig van de persoon verwacht wordt. Een compliment kan als beloning worden ervaren, waardoor de intrinsieke motivatie kan verminderen en een extrinsieke focus op het oordeel van degene die het compliment geeft kan ontstaan. Een compliment kan faalangst oproepen en vermijding om uitdagingen aan te gaan, omdat de persoon bang wordt door de mand te vallen.

Verschillende soorten complimenten 
  • Complimenten kunnen zich richten op kenmerken van de persoon, zoals “jij bent een intelligent persoon” of “jij bent een chaotisch persoon”. 
  • Complimenten kunnen zich richten op de aanpak van de persoon in een specifieke situatie, zoals “jij hebt een slimme strategie gevolgd” of “jij hebt een goede presentatie gegeven”. 
  • Complimenten kunnen stellend worden gebracht, zoals “dat heb jij goed gedaan” 
  • Complimenten kunnen vragend worden gebracht, zoals “hoe heb jij dat mooie resultaat weten te bereiken?”
De relatie tussen Mindset en de verschillende soorten complimenten
  • Een compliment dat zich richt op de kenmerken van de persoon kan een fixed mindset oproepen bij die persoon. Op het moment dat het compliment gegeven wordt reageert de ontvanger positief op het compliment, maar de reactie van de ontvanger op falen bij een vervolgtaak is dat hij de belangstelling voor de taak verliest, een vervolguitdaging uit de weg gaat, weinig interesse heeft in feedback wat hij fout deed en een negatief zelfbeeld overhoudt (bijvoorbeeld: “ik ben een slecht persoon”). 
  • Een compliment dat zich richt op de aanpak van de persoon in een specifieke situatie kan een groei mindset oproepen bij die persoon. Op het moment dat het compliment gegeven wordt reageert de ontvanger positief op het compliment en de reactie van de ontvanger op falen bij een vervolgtaak is dat hij geïnteresseerd blijft in de taak, een vervolguitdaging aan wil gaan, interesse toont in feedback op wat hij fout deed en een positief zelfbeeld overhoudt.
Wat werkt bij complimenteren? 
  • Procesgericht: focus op aanpak in plaats van op persoonlijkheidskenmerken 
  • Subtiel: autonomieversterkend en niet overtuigend 
  • Gedetailleerd: levendige taal die gedrag visualiseert 
  • Concreet: zicht krijgen op wat werkt  
  • Positief: positieve emoties stimuleren creativiteit 
  • Erkennend en waarderend: relatieversterkend en leren van wat werkt 
  • Motiverend: ik ben op de goede weg en competent Stimulerend: van succes in het verleden naar succes in de toekomst

Tijd voor een nieuwe procedure afspraak in de tweede kamer?
Gisteren werd er veel gesproken over het niveau van de besprekingen in de tweede kamer. Geert Wilders werd bijvoorbeeld verweten dat hij grof en beledigend was door onder andere Job Cohen ‘bedrijfspoedel’ van Rutte te noemen. Wilders was trouwens niet de enige die zich schuldig maakt aan het gebruiken van negatieve persoonsbeschrijvingen, bespottingen en beschuldigingen. Kamervoorzitster Gerdie Verbeet greep gedurende de verhitte debatten waarin de verwijten over en weer vlogen niet in. Vanochtend op de radio legde zij uit dat zij als voorzitster geen mogelijkheden heeft om dit soort gevallen in te grijpen en dat kamerleden zelf kunnen ingrijpen.

Dit vind ik vreemd. De voorzitter grijpt om de haverklap in om kamerleden erop te wijzen dat zij via de voorzitter moeten spreken waaraan de kamerleden zich vervolgens proberen te houden. Dit ingrijpen van de voorzitter is gebaseerd op een afspraak die hierover gemaakt is in de kamer. Zo gauw de kamer een spelregel afspreekt kan zij van de voorzitter blijkbaar verwachten in te grijpen zo gauw deze spelregel geschonden wordt.

Ik zie niet in waarom de kamer niet een nieuwe spelregel zou kunnen formuleren die afrekent met schelpartijen en ‘op de persoon spelen’. Ik denk dat het goed zou zijn als de kamer een dergelijke spelregel invoert en de voorzitter machtigt om in te grijpen zo gauw deze spelregel geschonden wordt. De spelregel zou kunnen worden dat iedere vorm van (negatieve) persoonsbeschrijving wordt verboden, en dat er niet op de persoon gespeeld mag worden. Dit zou de kamerleden dwingen om inhoudelijke argumenten te geven en veel discipline vragen. In het begin zal het wellicht moeilijk zijn om je als kamerlid consequent aan de spelregel te houden maar naar verloop van tijd zal het wennen.

Het zou de kwaliteit van debatten enorm verbeteren. Argumenten ad hominem en schampere persoonsbeschrijvingen zijn nooit nodig om wat voor punt dan ook te maken en dienen in de praktijk vrijwel altijd slechts om het debat van de eigenlijke inhoud af te leiden door een defensieve reactie bij anderen los te maken (ruzie uit te lokken). De voorzitter mag nooit bepalen welke inhoud wel en niet aan de orde kan komen maar zij kan wel procedures handhaven. Een procedure is dat men zich alleen via de voorzitter tot elkaar mag richten. Een andere zou kunnen zijn dat men elkaar er aan houdt om schelden en argumenten ad hominem te verbieden. Ieder inhoudelijk punt kan worden gemaakt zonder elkaar te diskwalificeren.

Als je zelf kunt kiezen.....
Een manager bij een kinderopvang organisatie zat in haar maag met een medewerkster die na een tijdje door omstandigheden niet te hebben kunnen werken er erg tegenop zag om weer te gaan beginnen. De manager had geprobeerd om een afspraak te maken over de startdatum, maar de medewerkster kreeg het al benauwd als ze er alleen maar aan dacht om weer terug te komen. De medewerkster zei tegen de manager: ”Ik lig al nachten wakker, te woelen in bed, dat je de afspraak met me wilt maken dat ik weer ga komen…” De manager nam dit signaal serieus en realiseerde zich dat de medewerkster zich onder druk gezet voelde. In het volgende gesprek met de medewerkster liet de manager bewust die druk los. In plaats daarvan gaf ze keuzemogelijkheid aan de medewerkster. De manager zei: ”Ik zou het fijn vinden als je deze week een keertje een kop koffie kwam drinken op het werk, kies maar zelf of je dan naar je eigen groep wilt gaan, hoe lang je wilt blijven, wanneer je komt…”

De medewerkster kwam die week op dinsdag, waarop de manager waarderend reageerde. Toen zei de manager: ”Ik zou het fijn vinden als je deze week op donderdag nog een keertje zou komen, zoals je vandaag ook hebt gedaan, maar kijk maar of het voor jou op donderdag al lukt of dat je misschien liever nog even wacht en op vrijdag komt..” Tot grote verbazing van de manager kwam de medewerkster de volgende dag, woensdag, naar haar werk en ging aan de slag. De manager uitte haar blijde verrassing, waarop de medewerkster zei: ”Ja, gisteren toen ik naar huis ging dacht ik, ik ziet wel hoe ik me morgen voel, ik hoef me niet druk te maken want of ik nu op donderdag of vrijdag kom het is allemaal goed. Ik heb heerlijk geslapen en werd vanochtend wakker met zin om te gaan werken…dus daarom ben ik er nu al, toen jij de druk eraf haalde viel er een last van mijn schouders." Autonomie om je eigen keuzes te maken, kan soms tot verrassend snelle vooruitgang leiden.

Nieuw boek van Robert Frank: The Darwin Economy
Robert H. Frank, econoom aan Cornell University en columnist bij The New York Times heeft een nieuw boek uitgebracht met de titel The Darwin Economy: Liberty, Competition, and the Common Good. Terwijl het zo is dat verschillende auteurs al eerder hebben geschreven over het belang van Darwin en de evolutietheorie voor de economie graaft dit boek -denk ik- iets dieper en komt tot andere conclusies. Om specifieker te zijn: Michael Shermer ziet in zijn boek The Mind of the Market: How Biology and Psychology Shape Our Economic Lives het evolutionaire perspectief als ondersteunend voor het libertarisme, terwijl Robert Frank juist, op basis van dezelfde evolutietheorie, scherpe kritiek levert op het libertarisme. Ik denk dat Robert Frank gelijk heeft en Shermer ongelijk.

Voor wat meer achtergrond over het boek van Robert Frank zie dit bericht.


Vier breinfeiten en hun relatie met mindset
1. Flexibele intelligentie 
 Het menselijke brein heeft de flexibiliteit om vrijwel elke taak waarmee het geconfronteerd wordt te kunnen leren uitvoeren. Ons brein is flexibel intelligent: het vormt de neurologische circuits zodanig dat het de taak kan uitvoeren. Het brein zegt:” als ik nu niet de juiste tool heb om een taak uit te voeren, dan maak ik een tool om de taak uit te kunnen voeren”. Met een groeimindset ga je ervanuit dat als je een taak nu nog niet goed uitvoert, je brein het kan gaan leren uitvoeren.

2. Automatiseren 
Ons bewustzijn is nodig om doelen te stellen en keuzes te maken om aandacht aan iets wat we willen leren te besteden. Zo traint ons bewuste brein ons onbewuste brein. Ons onbewuste brein is als een efficiënte robot, die door ons bewuste brein wordt geprogrammeerd. Hoe meer je oefent, hoe meer de handelingen in het onbewuste brein worden “gebrand”. Dan zijn die handelingen niet meer bewust beschikbaar en worden ze automatisch. Denk bijvoorbeeld aan het leren fietsen. In het begin ben je heel bewust bezig met balanceren en sturen en trappen. Hoe vaker je het doet hoe onbewuste, automatischer en ontspanner je de taak kunt uitvoeren. Onbewuste processen zijn geautomatiseerde, energie efficiënte en snelle processen. Je brein is rustiger als het automatisch taken uitvoert, het kost minder energie. Als je brein rustiger is, wordt je nog beter in het goed uitvoeren van de taak. Met een groeimindset ga je ervanuit dat het doel is om duizenden uren training te investeren in iets waarin je goed wilt worden, zodat je je vaardigheden in je onbewuste brein brandt en het bewustzijn er niet meer aan te pas hoeft te komen.

3. Verwachtingen 
Hoe beïnvloeden verwachtingen ons brein? Als we verwachten goed te zullen presteren, en we presteren ook goed, dan is er geen discrepantie tussen verwachting en realiteit. Als we verwachten slecht te zullen presteren en we presteren slecht is er ook geen discrepantie. Maar als we verwachten goed te zullen presteren en we presteren slecht, dan is er wel discrepantie en daarop reageren de hersenen alert. De frontaalkwab krijgt dan conflicterende informatie, en dit signaal zorgt ervoor dat we aandacht besteden aan de fout die we hebben gemaakt. Wat voor conclusie trek je vervolgens? Daarbij is je mindset van belang. Als je denkt dat je te dom bent voor iets, en je presteert slecht, dan krijgt je brein geen conflicterende informatie en ontstaat geen alertheid om te onderzoeken waar je een fout maakte. Een lage verwachting komt dan uit zonder dat je brein je aanspoort om te leren en verbeteren. Als je verwacht goed te zullen presteren en je presteert slecht, dan geeft je brein je een signaal dat er iets mis is. Met een groeimindset benut je vervolgens die conflicterende informatie door te gaan onderzoeken wat je fout deed en hoe je kunt leren van je fout.

4. Illusion of truth en priming
Het “Illusion of truth effect” betekent dat we meer geneigd zijn om een statement te geloven als we dat statement al vaker gehoord hebben. Zelfs als erbij is verteld dat het statement niet klopt, dan nog zijn we geneigd een onjuist statement als waar te bestempelen, als we het al eens eerder hebben gehoord (bewust of onbewust). Alleen al het bloot zijn gesteld aan een statement is genoeg om de geloofwaardigheid ervan te doen toenemen als je het statement later nog eens hoort. Als je dus regelmatig hebt gehoord dat je slim of dom bent, ben je geneigd om het te geloven, zelfs als het niet waar is. Als je denkt dat je dom bent, werkt dat primend; het woord “dom” in je hoofd kan je slechter doen presteren op een test, net zoals het woord “professor” in je hoofd je beter kan doen presteren op een test. Met een groeimindset geloof je dat je beter kunt worden en dit versterkt je inspanning om te presteren en te leren van fouten.

Literatuur: Mindset van Carol Dweck Incognito: the secret lives of the brain, David Eagleman The optimism bias, Tali Sharot

Lying - Is het wenselijk en mogelijk om altijd de waarheid te spreken?
Sam Harris is één van mijn favoriete schrijvers aan het worden. Hij is de auteur van The End of Faith: Religion, Terror, and the Future of Reason en Letter to a Christian Nation die ik beide niet gelezen heb (maar ik denk dat ze me wel zouden aanspreken) en The Moral Landscape: How Science Can Determine Human Values (dat ik wel gelezen heb en erg goed vond). Ook staan er talloze video’s van Sam Harris op Youtube waarvan ik er aardig wat gezien en waarvan de meeste mij aanspreken. Zijn nieuwe boek (alle verkrijgbaar op Kindle) heet Lying. Het is een heel kort boek van slechts 26 pages met een verrassend (vond ik) onderwerp.

Harris betoogt dat we ons leven en de wereld kunnen verbeteren door nooit te liegen. Neil deGrasse Tyson, bekend Amerikaans astrofysicus beveelt het boek als volgt aan: “In this brief but illuminating work, Sam Harris applies his characteristically calm and sensible logic to a subject that affects us all–the human capacity to lie. And by the book’s end, Harris compels you to lead a better life because the benefits of telling the truth far outweigh the cost of lies–to yourself, to others, and to society.” 

Hier zijn enkele citaten uit het boek:
  1. Research suggests that all forms of lying -including white lies meant to spare the feelings of others – are associated with poorer-quality relationships. 
  2. Honesty is a gift we can give to other. It is also a source of power and an engine of simplicity. Knowing that we will attempt to tell the truth, whatever the circumstances, leaves us with little to prepare for. 
  3. A commitment to telling the truth requires that one pay attention to what the truth is in every moment. 
  4. Ethical transgressions are generally divided into two categories: the bad things we do (acts of commission) and the good things we fail to do (acts of omission). 
  5. There are many circumstances in life in which false encouragement can be very costly to another person. 
  6. False encouragement is a kind of theft: it steals time, energy, and motivation a person could put toward some other person. 
  7. When asked for our opinion, we do our friends no favors by pretending not to notice flaws in their work, especially when those who are not their friends are bound to notice these same flaws. 
  8. A commitment to honesty does not necessarily require that we disclose facts about ourselves that we would prefer to keep private The truth could well be, “I’d rather not say.” 
  9. Lies beget other lies. Unlike statements of fact, which require no further work on our part, lies must be continually protected from collisions with reality. When you tell the truth, you have nothing to keep track of. The world itself becomes your memory. 
  10. You can openly discuss your confusion, conflicts, and doubts. 
De stelling van het boek spreekt mij wel aan. Ik denk dat ik liegen zag als iets dat weliswaar onplezierig is maar soms gewoon onvermijdelijk. Ook dacht ik dat af en toe een leugentje vertellen niet alleen niet zo slecht was maar soms misschien ethisch beter dan de waarheid vertellen (bijvoorbeeld een leugentje om bestwil). In de loop van de jaren zijn mijn ideeën over liegen wel iets verschoven in de richting van waar Harris voor pleit. Ik zou bijvoorbeeld nooit aanbevelen om onoprechte complimenten te geven. Bij het trainen van managers pleit ik ook voor eerlijkheid in gesprekken met medewerkers. Niet alleen werkt oneerlijkheid vaak (altijd?) slecht, het is ook zo dat het vaak goed mogelijk is om eerlijk te zijn zonder mensen te kwetsen of de relatie met hen te schaden.

Het boek lezend kwamen er enkele incidentjes naar boven waarin ik zelf ooit gelogen had. In het bijzonder een geval waarin ik een, wat Harris noemt, transgression of the omission type had begaan. Ik was een junior en een senior vertelde mij schaamteloos hoe hij een klant misleid had. Hij vond dat het geen kwaad kon en lachte terwijl hij me uitlegde dat de dingen gewoon zo werkten. Ik herinner me dat ik gechoqueerd was en boos en dat ik mogelijk een beetje protesteerde. Maar verder ging ik niet. Ik stopte het niet en maakte het niet publiek. Ik denk dat ik mijn gedrag rechtvaardigde door me voor te houden dat ik maar een junior was (wat wist ik nou helemaal?). Maar nu denk ik dat ik meer had kunnen en moeten doen.

Vraag: in welke mate denk jij dat het wenselijk en mogelijk is om altijd de waarheid te spreken. Is dit iets waar je beter in zou willen worden?

3 reacties, click hier om uw reactie toe te voegen:

  1. Graag zou ik willen reageren op het artikel over liegen. Hoewel ik mij zeker inzet om zoveel mogelijk de waarheid te spreken, ben ik het niet met de stelling eens dat het ALTIJD beter is om dat te doen. Afgelopen week sprak ik ook met mensen over dit onderwerp en iemand zei toen, dat hij er achter was gekomen, dat het niet altijd gaat om "eerlijkheid", maar om "eerbaarheid", d.w.z. dat het in sommige gevallen respectvoller is om niet helmaal de waarheid te vertellen dan om dit wel te doen. Bijvoorbeeld: als mijn vriendin heel blij is met haar nieuwe jurk en ik vind hem oerlelijk en ze vraagt wat ik er van vindt dan zeg ik dat het niet helemaal mijn smaak is. Wat voegt het toe als ik haar de waarheid "ik vind hem oerlelijk" zou vertellen?
    - Madhu Zeeuwen.

    BeantwoordenVerwijderen
  2. beste Madhu, bedankt voor je reactie. Ik kan me wel deels in vinden. Een type eerlijkheid als: "je jurk is oerlelijk" lijkt me onwenselijk. Sam Harris gaat op dit soort situaties in zijn boek ook wel in. Ik weet niet meer precies uit mijn hoofd wat hij erover zegt maar hij plet in dit soort situaties ook voor eerlijkheid maar dan wel op een iets vriendelijkere en subtielere manier gebracht. Ik weet niet precies hoe hij zegt dat je kunt reageren maar ik geloof dat het neerkomt op ziets als: "De jurk spreekt me eerlijk gezegd niet zo aan. De jurk die je laatst aanspreekt vond ik leuker bij je passen."

    De stelling van Sam Harris spreekt me wel aan maar ik ben er nog niet helemaal uit in hoeverre ik het er mee eens ben

    BeantwoordenVerwijderen
  3. Bedankt voor de samenvatting over de relatie leren en mindset. Ik ben op zoek naar materiaal om HBO-studenten op een kunstopleiding kennis te laten maken met de groeimindset. Ik heb de test op mindsetonline.com laten maken, maar ze vinden het allemaal te Amerikaans, en dat stoot af ("Buy the book."). Kennen jullie een goede Nederlandse test? Of ander goed toegankelijk materiaal.

    BeantwoordenVerwijderen