Nieuwsbrief Doen Wat Werkt 214 - w39 2011

  • Workshop Mindset
  • De kracht van hypothetische vragen
  • Deliberate practice: belangrijke factor achter topfunctioneren
  • Taalgebruik na trauma positiever
  • Video over Carol Dwecks Mindset
Met ruim 25 deelnemers vond gisteren de eerste Workshop Mindset plaats. De workshop ging over het werk van Carol Dweck, hoogleraar psychologie aan Stanford University en auteur van het boek Mindset, de weg naar een succesvol leven. Grofweg onderscheidt zij twee soorten overtuigingen over menselijke capaciteiten en eigenschappen. De eerste is wat zij noemt een fixed mindset. Mensen met een fixed mindset zien hun capaciteiten, bijvoorbeeld hun intelligentie, als onveranderbaar. Zij gaan er vanuit dat hoe capabel je bent, bijvoorbeeld hoe intelligent of hoe muzikaal, grotendeels bepaald is door een natuurlijk, niet of nauwelijks ontwikkelbaar talent. De tweede soort overtuiging noemt zij een groeimindset. Mensen met een groeimindset zien hun capaciteiten als een potentieel dat ontwikkeld kan worden.

Het type overtuiging dat mensen aanhangen, blijkt belangrijke consequenties te hebben. Mensen met een fixed mindset met betrekking tot een bepaalde capaciteit blijken zich meestal sterk te richten op het tonen dat ze die capaciteit hebben in plaats van op het proces van leren. Zij veronachtzamen het proces van leren wat hen uiteraard belemmert in de ontwikkeling van hun groei en in hun functioneren. Mensen met een groeimindset blijken juist geneigd te zijn om inspanningen te leveren om te leren en om strategieën te ontwikkelen die leren en het leveren van lange-termijn prestaties verbeteren.

Onderzoek laat zien dat de manier waarop we mensen feedback geven invloed heeft op hoe we denken over de ontwikkelbaarheid van onze capaciteiten. Feedback bevat vaak impliciete boodschappen die ofwel kunnen motiveren ofwel kunnen demotiveren. Zoals gezegd, en zoals ook blijkt uit veel onderzoek, is het geven van positieve feedback motiverend voor mensen. Negatieve feedback bedreigt het gevoel van competentie van mensen en werkt het demotiverend en verslechtert het de samenwerkingsrelatie. Positieve feedback ondersteunt het gevoel van competentie van mensen en werkt motiverend, relatieversterkend en prestatieverbeterend (Visser, 2010). Onderzoek van Dweck (2002) laat zien dat de manier waarop mensen positieve feedback geven echter ook belangrijk is. Zij vergeleek twee vormen van complimenten: eigenschapscomplimenten en procescomplimenten. Bij eigenschapscomplimenten wordt de persoon gecomplimenteerd met een eigenschap, één of andere interne en min of meer vastliggende kwaliteit. Bij procescomplimenten wordt de persoon gecomplimenteerd voor wat hij of zij heeft gedaan dat werkt. 

Mindset en oplossingsgericht werken vormen een mooie combinatie. Beide benadering passen goed bij elkaar en zij vullen elkaar aan. De aanpakken passen goed bij elkaar omdat ze beide uitgaan van een een optimistische en positieve visie die stelt dat verbetering mogelijk is, waar je ook staat. De mindset-aanpak vult oplossingsgericht werken aan door haar sterke basis in onderzoek waaruit naar voren is gekomen dat het complimenteren van mensen weliswaar uiterst krachtig is maar dat procescomplimenten veel effectiever zijn dan eigenschapscomplimenten. Oplossingsgericht werken vult de mindset-aanpak aan door de vele subtiele interventies die de aanpak te bieden heeft (zoals het indirecte compliment).

De kracht van hypothetische vragen 
“Stel dat je zou weten dat de financiële crisis door het huidige kabinet in goede banen geleid zou worden….wat zou je dan bij de volgende verkiezingen stemmen?” Onderzoek door Sarah Moore et al of the University of Alberta laat zien dat dit soort “stel dat”-vragen niet zo neutraal zijn als ze lijken. Dit soort hypothetische vragen kunnen ons gedrag wel degelijk beïnvloeden. Wat het effect kan zijn?

Hypothetische vragen die positief of negatief geformuleerd zijn, roepen in ons brein die positieve of negatieve informatie op als we de volgende keer over het onderwerp denken. De vraag die hierboven staat kan het effect hebben dat de volgende keer dat je het onderwerp “financiële crisis” en “kabinet” hoort de associatie zult maken “dit kabinet lost de crisis goed op”.

De onderzoekers ontdekten dat de invloed van de hypothetische vragen sterker is wanneer de informatie aansluit bij wat je al weet over het onderwerp of de persoon. Dus als je al wist dat iemand een crimineel was, dan is de invloed van de vraag “stel dat je hoorde dat xxx fraude heeft gepleegd, zou je dan nog achter hem staan…?” sterker dan wanneer je altijd dacht dat die persoon onberispelijk was.

Hypothetische vragen kunnen sturend werken in coachingsgesprekken. Als de “stel dat-“ vraag positief is geformuleerd, dan kan dit een trigger voor de cliënt zijn om een positief perspectief te gaan ontwikkelen. Omdat de vraag als hypothetische vraag wordt gesteld, wordt de cliënt op subtiele manier uitgenodigd te praten over een positieve toekomst. Een voorbeeld: “ stel dat je wist dat dit probleem tijdelijk is…” of “stel dat de dingen volgende week beter gaan…”.

Nog een voorbeeld van de kracht van hypothetische vragen is het onderzoek van Polman en Emich dat laat zien dat mensen creatiever zijn als ze problemen van anderen moeten oplossen dan wanneer ze hun eigen problemen moeten oplossen. Lees ook: Hypothetical questions: when is it morally defensible to use them?

Deliberate practice: belangrijke factor achter topfunctioneren
Sinds circa 35 jaar is er binnen de psychologie een subdiscipline ontstaan die de traditionele kijk van hoe topfunctioneren ontstaat onderuit heeft gehaald. De onderzoekers binnen deze discipline, waarvan Anders Ericsson de bekendste is, hebben laten zien dat er een gebrek aan bewijs is voor het idee dat natuurlijke aanleg vooral ten grondslag ligt aan topfunctioneren. Ze hebben laten zien dat van kritiek belang is de hoeveelheid tijd die de persoon heeft besteed aan oefenen evenals de manier waarop is geoefend. 

Topfunctioneren bereiken vergt vele jaren: De onderzoekers hebben laten zien dat in vrijwel iedere discipline de sleutel naar topfunctioneren is om jarenlang te oefenen. Als vuistregel geldt dat het bereiken van wereldklasseniveau grofweg 10 jaar ofwel 10.000 uren vergt. Het bijzonder is dat dit geldt voor de meest uiteenlopende prestatiedomeinen zoals wetenschap, sport en muziek. Als vuistregel kun je denken aan 3 tot 5 uur per dag bezig zijn met geconcentreerd oefenen. Deliberate practice is de sleutel: De manier van oefenen die het beste werkt heet deliberate practice. Bij deliberate practice werkt de oefenaar geconcentreerd aan taken die net buiten zijn of haar bereik liggen en die hij of zij zich binnen enkele uren meester kan maken. Deliberate practice is mentaal belastend en niet zozeer plezierig. Dit heeft er mee te maken dat je je steeds richt op het verbeteren van fouten. Je concentreert je steeds op het verbeteren van onderdelen in je functioneren die nog niet bevredigend zijn. Deze onderdelen oefen je heel gericht. Het is belangrijk dat je een goede manier vindt om feedback te krijgen op je presteren. Deliberate practice helpt je om stap voor je grenzen te verleggen. Voor mensen die al aan de top staan is het zo dat deliberate practice hen helpt om aan de top te blijven.

De rol van automaticiteit: door te oefenen automatiseer je. Dit automatiseren betekent dat je de geoefende activiteit sneller, vloeiender en gemakkelijker kunt uitvoeren. Hierdoor komt aandacht vrij die je weer op andere aspecten van je functioneren kunt richten. Je constant bewust blijven van wat er nog niet goed is, is heel belangrijk. Het helpt je om te voorkomen dat je fouten steeds blijft herhalen waardoor je deze fouten automatiseert en het helpt je om continue je grenzen te blijven verleggen. Zodra je stopt met je richten op verbeteren en alleen drijft op je geautomatiseerde vaardigheid staat je ontwikkeling stil. 

Cumulativiteit: Het effect van deliberate practice is cumulatief. Je kunt dit vergelijken met een weg waarop je rijdt. Elke afstand die je al hebt afgelegd bepaald hoever je al bent. Als je dus vroeg begonnen bent geeft je dit een relatief voordeel ten opzicht van anderen die later begonnen zijn. Onderzoek laat zien dat de ontwikkeling naar een topniveau tamelijk gelijkmatig verloopt. Het is niet zo dat toppers zich via periodes van stilstand en sprongen vooruit ontwikkelen.

Nieuwe verbindingen èn meer myeline: Velen weten dat leren betekent dat er in de hersenen nieuwe verbindingen worden gelegd tussen neuronen. Doordat nieuwe paden in de hersenen zijn aangelegd kunnen signalen zich sneller door de hersenen verplaatsen wat bijdraagt aan een snellere en vloeiendere prestatie. Minder bekend is dat myeline, witte stof, ook een belangrijke rol lijkt te spelen. Myeline is de substantie die om neuronen heen gewikkeld is om hen te isoleren (zoals plastic om elektrische bedrading) en maakt meer dan de helft van de massa van der hersenen uit. Wanneer neuronen vuren reageren bepaalde ondersteunende cellen, genaamd oligodendrocyten door meer myeline om het vurende neuron heen te wikkelen. Hoe meer de neuronen vuren, hoe meer myeline erom gewikkeld wordt en hoe sneller het signaal blijkt zich te kunnen verplaatsen. Bewust oefenen leidt tot de aanmaak van meer myeline waardoor de snelheid van informatieverwerking toeneemt (en ook je vermogen om deze snelheid te reguleren).

Taalgebruik na trauma positiever 
In zijn boek The secret life of pronouns schrijft Pennebaker over wat de woorden die we gebruiken over ons zeggen. Een interessant boek. Eén van de onderzoeksresultaten die hij beschrijft gaat over het taalgebruik rondom traumatische gebeurtenissen.

Pennebaker analyseerde de taal en de verandering in taalgebruik van duizend bloggers in de periode vlak voor en vlak na 9/11. Het bleek dat de bloggers na de aanvallen veel minder vaak het woord “ik” gebruikten in hun blog posts. Het gebruik van “wij” nam juist enorm toe. Het gebruik van emotie-woorden veranderde ook. Direct nadat de aanvallen hadden plaatsgevonden nam het aantal negatieve emotie uitingen toe, maar die namen snel af tot op het niveau van voor de aanvallen. Sterker nog, het aantal positieve emotie-woorden nam na 2 dagen na de aanvallen juist toe. Tien dagen na de aanvallen was het gebruik van positieve emotie-woorden hoger dan voor de aanvallen. Vlak na de aanvallen was het gebruik van cognitieve woorden (begrijpen, betekenis, nadenken e.d.) hoger dan vlak voor de aanvallen. Maar een week na de aanvallen begonnen de cognitieve woorden juist sterk af te nemen en dat lage gebruik van cognitieve woorden duurde twee maanden, voordat het weer op het niveau van voor de aanvallen lag.

Dit zijn de conclusies die Pennebaker trekt:
  1. Gedeelde trauma’s brengen mensen dichterbij elkaar. Mensen besteden meer aandacht aan anderen en refereren aan zichzelf als onderdeel van een gedeelde identiteit. Het woord “wij” kwam veel vaker voor in de taal van de bloggers na 9/11 in vergelijking tot voor 9/11 toen diezelfde bloggers vaker het woord “ik” gebruikten. 
  2. Gedeelde trauma’s leiden de aandacht af van jezelf. Veel aandacht voor jezelf is een teken van depressie, mensen die depressief zijn gebruiken vaak het woord “ik”. de analyse van de taal van de bloggers liet zien dat ze wel verdrietig waren, maar niet depressief. 
  3. Gedeelde trauma’s zijn op veel manieren positieve gebeurtenissen. Gedurende minstens 2 maanden na 9/11 gebruikten de bloggers meer positieve emotie-taal en ze waren meer sociaal verbonden dan in de maanden voor de aanvallen. 
  4. Gedeelde trauma’s maken mensen dommer in de zin dat ze minder analytisch worden. in de week na de aanvallen schreven de bloggers simpeler taal, die suggereerde dat ze niet diep nadachten over wat ze schreven. De bloggers leken ook passiever te zijn en nieuwe informatie sneller te accepteren zonder kritisch te zijn. 
  5. De reacties van mensen op traumatische gebeurtenissen veranderen met de tijd. Hoe mensen schrijven over de traumatische gebeurtenissen verandert drastisch in de loop van de uren, dagen en weken nadat het is gebeurd. 
Gedeelde trauma’s maken mensen minder egoïstisch, meer gericht op anderen, meer bezorgd om anderen en mensen zoeken actief naar contact met elkaar. De meest afschuwelijke dingen kunnen het beste in ons naar boven brengen, zo stelt Pennebaker.

Uit de taal blijkt ook dat mensen heel goed kunnen omgaan met trauma’s. De meeste mensen weten ook automatisch wat het beste voor ze is. Vaak is het zo dat het jezelf afleiden van de pijn door eenvoudige dingen te doen goed kan helpen. Geen psychoanalyse vlak na een traumatische gebeurtenis, maar liever je kast opruimen en je administratie doen is Pennebakers advies.

Video over Carol Dwecks Mindset


Twee andere video's gerelateerd aan mindset staan hier en hier.

0 reacties, click hier om uw reactie toe te voegen:

Een reactie plaatsen