Nieuwsbrief Doen Wat Werkt 218

  • Brief van een docent
  • Vijf macrotrends die de hele menselijke geschiedenis overspannen
  • Hoe kwam je door een lastige situatie heen?
  • De reis naar meer veiligheid
  • Puzzel-klas
  • Willen en zin hebben

Brief van een docent 
In het boek “how to talk so kids can learn” van Adele Faber en Elaine Mazlish staan veel mooie voorbeelden van effectieve gespreksvoering met kinderen. Een voorbeeld dat me deed denken aan Sue Young’s support group benadering, is dit: Sara is net gestart in een nieuwe klas op een lagere school. De docent, juf G merkt dat Sara voortdurend wordt gepest. Sara is dik en ze wordt telkens gepest met nare grappen over haar gewicht. Margie, een populaire leerling, neemt vaak het voortouw bij het pesten. De docent ziet dat andere leerlingen Margie’s gedrag overnemen en haar als leider accepteren. De docent denkt na hoe ze Sara het best kan helpen. Ze besluit Margie een brief te schrijven.

“Beste Margie, 
Ik heb je hulp nodig. Zoals je vast wel hebt gemerkt heeft Sara het moeilijk in de klas, ze wordt veel belachelijk gemaakt en er wordt op haar neergekeken. School moet er moeilijk voor haar zijn. Je vraagt je vast af waarom ik jou daarover schrijf. Het is omdat ik heb gezien dat jij leiderschapskwaliteiten hebt en dat je vrienden veel respect voor je hebben. Ik vermoed dat als jij duidelijk maakt aan anderen dat het gewicht van iemand geen maatstaf is voor de waarde van die persoon, het plagen en de pijnlijke grappen zullen stoppen. Ik weet dat deze brief veel van je vraagt, maar ik heb er vertrouwen in dat jij een manier zult vinden om Sara’s schooldagen gelukkiger te maken. 
Vriendelijke groet Juf G

Margie reageerde niet op deze brief, maar binnen een paar dagen veranderde er iets voor Sara. Het pesten en de grappen hielden op en een meisje vroeg Sara of ze mee wilde doen in het school toneel en Margie koos Sara in het volley bal team. Sara was dolgelukkig en de docent ook. Zie je de overeenkomsten met de support group benadering van Sue Young?


Vijf macrotrends die de hele menselijke geschiedenis overspannen
Veel dingen in de wereld fluctueren constant maar sommige dingen lijken altijd in één richting te veranderen over lange periodes. Er lijken zelfs enkele ontwikkelingen te zijn te zijn die zich over de hele menselijke geschiedenis uitstrekken. Hier zijn een paar voorbeelden:

1. Antropocentrisme neemt af: lang geleden interpreteerden de natuur in antropocentrische termen. Ze zagen de mens als het middelpunt van het bestaan. Natuurlijke verschijnselen zoals onweer, vulkaanuitbarstingen en overstromingen werden gezien als tekenen van god(en) die speciaal bedoeld waren voor ons. We dachten dat de wereld gestuurd werd door goden die veel menselijke trekken hadden. Stap voor stap begonnen we meer uit te vinden over de natuur en over onszelf. We ontdekten veel over natuurlijke fenomenen en kwamen erachter dat ze vaak weinig tot niets met ons te maken hadden. We ontdekten ook de enorme uitgestrektheid van het universum. We kwamen erachter dat de aarde een piepkleine planeet is die niet in het centrum van ons zonnestelsel staat, dat ons zonnestelsel niet in het centrum van ons melkwegstelsel staat en dat mensen niet onderscheiden van dieren zijn maar dat we zelf dieren zijn. (Kijktips: 1) The Center of all Things, 2) The Known Universe).

2. Het menselijke netwerk verdicht zich: het weven van het web van menselijke interacties vindt al plaats sinds de tijd dat jager-verzamelaars groepen vormden. Daarna ontstonden steden en beschavingen en uiteindelijk, toen Columbus het menselijke netwerk uitbreidde naar de Amerika’s in 1492, werd de hele wereld verbonden tot één netwerk. In moderne tijden groeit het menselijke netwerk sneller dan ooit te voren door nieuwe transportmiddelen en informatie- en telecommunicatietechnologie. (Leestip: The Human Web: A Bird’s-Eye View of World History).

3. Menselijke samenwerking neemt toe: Terwijl de mensheid zich ontwikkelt neemt menselijke samenwerking toe. Anders gezegd: door de hele geschiedenis heen volgen menselijke interacties steeds meer een patroon van ‘positive-sumness’. Positive-sumness beschrijft een interactie waarin de interacterende partijen netto opbrengsten vergaren van meer dan nul. Natuurlijke selectie heeft deugden als altruïsme en empathie in ons gevormd die hieraan bijdragen. Daarnaast is zo dat zelfs gedragingen die gemotiveerd zijn door eigenbelang menselijke gemeenschappen ten goede kunnen komen (en dit ook vaak doen). Ten slotte wordt samenwerking verder gestimuleerd door menselijke systemen en instituties die disfunctioneel egoïsme tegengaan. (Leestips: 1) The Evolution of Cooperation, 2) Nonzero: The Logic of Human Destiny).

4. Collectieve intelligentie groeit: terwijl de menselijke beschaving zich heeft ontwikkeld hebben mensen zich beziggehouden met ruilhandel en specialisatie waardoor een geleidelijk ontstaan van collectieve intelligentie heeft plaatsgevonden. Via deze collectieve intelligentie hebben mensen manieren gevonden om de leefomstandigheden voor de meesten van ons te verbeteren ondanks schijnbaar overweldigende problemen en bedreigingen. (Leestip: The Rational Optimist: How Prosperity Evolves. Kijktip: Exchange is the root of virtue and prosperity).

5. Geweld neemt af: In weerwil van de dominante zienswijze dat de wereld steeds gewelddadiger wordt, is feitelijk het omgekeerde waar. Door de hele geschiedenis heen zijn verschillende soorten geweld langzaam maar zeker afgenomen dankzij een proces van beschaving en dankzij instituties die wij hebben gevormd. (Leestip: The Better Angels of Our Nature: Why Violence Has Declined).

Het staat buiten kijf dat deze vijf macrotrends met elkaar samenhangen. De vijf trends gecombineerd suggereren dat de mensheid zich langzaam aan het verenigen is en hiervan profiteert. Natuurlijk is er nog veel ellende, ongelijkheid, armoede, haat, primitivisme en geweld. We moeten niet achterover leunen en kijken wat er verder gebeurt. Nu het onze beurt is om te leven moeten we ons best doen om deze trends een stapje verder te brengen zodat ze door kunnen gaan.


Hoe kwam je door een lastige situatie heen?
Gisteren werkte ik met een groep van 27 leidinggevenden in de gezondheidszorg. De training ging over oplossingsgericht leidinggeven. De leidinggevenden verkeerden in zwaar weer en stonden onder druk, vanwege onder andere bezuinigingen, wetswijzigingen en personeelsverloop. Naast de vaardigheden die ze graag wilden oefenen tijdens de training, bleek dat ze het ook erg plezierig vonden om elkaar gedurende de dag weer eens te spreken. Delen van ervaringen en problemen geeft vaak herkenning (zit jij daar ook mee). Om op deze behoefte in te spelen en een oplossingsgerichte focus te geven aan de gesprekken, gaf ik ze de volgende oefening:

Ga uiteen in viertallen. Denk even na over een lastige situatie die je eens hebt meegemaakt en waar je (redelijk) goed doorheen bent gekomen. Vertel je collega’s eens over die situatie. Wat deed je dat hielp om er goed doorheen te komen? Als iedereen aan de beurt is geweest wissel dan even uit wat er bruikbaar voor je is in wat je hebt gehoord en gezegd.

Dit leverde veel herkenning en ook veel bruikbare ideeën op over wat werkt om door lastige situaties heen te komen.


De reis naar meer veiligheid
Gastbericht door Mirjam Fortuin 
Sinds mijn eerste kennismaking met Andrew Turnell, de mede-ontwikkelaar van ‘Signs of Safety’, ben ik fan. Van de methodiek van Signs of Safety (SoS) maar ook van Andrew omdat hij met zoveel passie de methodiek kan neerzetten. Hij en Steve Edwards hebben SoS in de jaren 90 ontwikkeld omdat men wilde komen tot een constructieve samenwerkingrelatie met de cliënt waarin de veiligheid van de kinderen centraal staat. Andrew vertelt altijd vol passie over de reis die je binnen deze methodiek samen met de cliënt aflegt om gezamenlijk tot meer veiligheid te komen.

Binnen mijn werk als orthopedagoog bij Intensieve Orthopedagogische Gezinsbehandeling heb ik regelmatig te maken met gezinnen waarbij ik twijfel over de veiligheid van het kind. Laatst had ik ook zo’n casus. Ik besloot om samen met deze ouders op reis te gaan en nodigde ze uit op kantoor. Ik had drie flap-overs opgehangen. Op de eerste had ik geschreven: ‘Wat zijn de zorgen’, op de tweede ‘wat gaat er goed’ en op de derde ‘wat moet er gebeuren’. Ouders kwamen binnen en ik vertelde over de drie kolommen en de reis die we samen zouden afleggen. Dit kan bij ouders het ijs al wat breken. Ze weten dat ze op kantoor worden uitgenodigd omdat er zorgen zijn en verwachten een preek van de orthopedagoog. In plaats daarvan gaat de orthopedagoog samen met ze brainstormen en maakt er geen monoloog maar dialoog van. Ouders voelen zich daardoor serieus genomen. Ik begon bij de eerste kolom. Vroeg eerst aan ouders waar zij zich zorgen over maakten. Vervolgens liet ik de aanwezige hulpverleners aan het woord. Hierin werden dingen gezegd die ouders niet leuk vonden. Dit riep boosheid op maar ouders bleven zitten.

Op naar de tweede kolom. Ik vroeg aan ouders wat er goed ging thuis en welke stappen vooruit ze met alle hulp al hadden gemaakt. Ook de aanwezige hulpverleners lieten hun mening weer horen. Deze kolom bracht een positievere sfeer. Ouders voelden dat er ook zaken waren die goed gingen en dat er niet alleen maar naar de zorgen werd gekeken. Als laatste reisden we af naar ‘wat moet er nu gebeuren’. Alle hulpverleners waren het er over eens dat de oudste van de 2 kinderen uit huis zou moeten. Over de jongste waren ook zorgen. Deze zorgen werden absoluut niet door ouders gedeeld. Ik besloot dat wat er moest gebeuren een melding bij het Advies en Meldpunt Kindermishandeling (AMK) was. Onafhankelijke mensen konden dan bepalen of het voor deze kinderen veilig genoeg was om bij ouders te blijven wonen.

Ouders werden tijdens de reis geregeld boos. De wegen splitsten zich dan even. Door dan weer samen te zoeken naar het gezamenlijke eindpunt, kwamen de wegen weer bij elkaar en konden we weer verder op reis. Doordat ik ouders serieus heb genomen, ze heb verteld over de zorgen zonder ze te veroordelen en door goed naar hun verhaal te luisteren, konden we deze reis echt sámen afleggen. Het gevolg was dat ik een week later bij ouders thuis mocht komen om de melding samen door te nemen. Ook hier werd vader geregeld heel boos. Door hem niet te veroordelen en weer het gezamenlijke doel te benadrukken (het welzijn van hun kinderen) was het weer een prettig reisje en kwamen we samen aan bij het eindpunt. Vader gaf mij aan het eind van dit gesprek lachend een hand.

Het mooie van Signs of Safety vind ik dat je er vanuit gaat dat elk gezin vaardigheden en sterke kanten heeft, dat je navraagt en onderzoekt wat de ouders zelf willen en dat je deze wensen en de wensen van de instelling samenvoegt. Je legt samen een reis af in plaats van ouders in een bus te dwingen en te dwingen naar een eindpunt te rijden. Doordat je samen en zonder dwang de bus in stapt en samen bepaalt waar de bus naar toe rijdt, creëer je een partnerschap. Ik raad gezinswerkers nu vaak aan deze methodiek met de drie kolommen ook in gezinnen te gebruiken. Ik krijg veel positieve reacties terug. Soms zit een gezinswerker echt samen met ouders gebogen over drie flap-overs die op tafel liggen. Ouders reageren daar meestal positief op. Het geeft het gevoel van ‘samen’ en van ‘doen in plaats van praten’. Het is echt een gezamenlijke reis. Mooi toch zo’n baan, waarin je vaak op reis mag…


Puzzel-klas 
Elliot Aronson beschrijft op diverse plekken, zoals in zijn boek “Not by chance alone”, het concept van de jigsaw-classroom: de puzzelklas. Klassen bestaan uit leerlingen met veel verschillende etnische achtergronden. De puzzelklas is een effectieve aanpak om integratie in de klas te bereiken. Het principe is simpel: de leerlingen worden in gemengde groepjes geplaatst en iedere leerling krijgt een stukje informatie die hij moet delen en presenteren aan de andere leerlingen om samen het complete beeld te krijgen. De leerlingen zijn afhankelijk van elkaars informatie om de taak te kunnen volbrengen en hebben er daarom belang bij om elkaar vragen te stellen. En om elkaar te helpen om de informatie zo goed mogelijk te vertellen. De leerlingen hebben contact rondom een gezamenlijk doel. De jigsaw classroom levert het volgende op:
  1. Leerlingen vinden school leuker 
  2. De absentie neemt af 
  3. Leerlingen vinden elkaar aardiger, zowel binnen de eigen etnische groep als tussen etnische groepen 
  4. Het zelfvertrouwen en de performance van de leerlingen bleef hetzelfde 
  5. Het zelfvertrouwen en de performance van leerlingen in minderheidsgroepen nam sterk toe 
  6. Leerlingen tonen meer empathie naar elkaar toe 
  7. Leerlingen hebben meer contact met elkaar, zowel in de klas als op het schoolplein

Willen en Zin hebben
Gastbijdrage van Joeri El Hazimi, coach
In het artikel ‘Wat maakt mij gelukkig’ uit het tijdschrift voor Coaching geschreven door Alexander van den Berg, las ik een mooie link tussen wetenschap en oplossingsgericht coachen. Breinonderzoek heeft uitgewezen dat het lymbisch systeem (complex stelsel van neurale structuren) verscheidene functies heeft die gelinkt zijn aan motivatie, gevoel en geheugen. Simpelweg omschreven bevat dit systeem twee subsystemen die de auteur ‘Wanting’ en ‘Liking’ noemt. Het systeem Wanting zorgt ervoor dat we dingen willen, terwijl het Liking-systeem ervoor zorgt dat we ook gelukkiger worden.

Deze twee systemen zijn niet altijd even goed op elkaar afgestemd, waardoor je als coach meermaals mensen in een coachingtraject hebt die wel heel graag ‘willen’ maar er toch niet in slagen om hun gedrag en acties hierop af te stemmen…ze blijven ‘hangen’ in hun zucht naar ‘willen’. Coaches stellen vaak de vraag ‘wat wil jij?’ waarbij de coachee een resem aan zaken kan vertellen wat hij/zij wil…zonder dat dit betekent dat die zaken hen echt gelukkig maken. Het probleem met deze vraag is dat mensen in een diepe zoektocht verzeild geraken. Uit onderzoek is gebleken dat we als mens niet goed zijn in zelfreflectie. We willen veel zaken, zonder echt te weten wat we willen. Net hier speelt oplossingsgericht werken (positieve psychologie, appreciative inquiry, oplossingsgericht coachen, etc.) als perfecte facilitator en katalysator. Het gaat in op wat altijd heeft gewerkt (en nog steeds werkt) en ook op wat je uiteindelijk gelukkig maakt.

De psychologie, gebaseerd op het medisch model, legt nog steeds de focus op wat niet werkt en wat in de toekomst wel zou moeten werken. Misschien vind je wel een oplossing voor je probleem, maar word je er dan ook gelukkig van…? Vermits onze zelfreflectie niet zo sterk is, kan de oplossingsgerichte manier van werken er voor zorgen dat je kijkt naar wat werkt in de praktijk. Je hebt het reeds meegemaakt, ervaren en kunnen voelen. Je gaat niet uit van zaken die je niet kent of nooit ervaren hebt. De auteur stelt het met een metafoor zo: ‘Richting geven aan je leven heeft iets weg van boogschieten in de mist; hetgeen voor je ligt is onduideljik en onzeker. We schieten dagelijks onze pijlen af en meestal denken we niet al te bewust na over elke pijl’ Door te kijken wat er steeds heeft gewerkt kan je je focus beter leggen en je pijlen beter richten. Je leert uit je successen en je gaat niet ‘gokken’. Kort omschreven zegt het artikel; ‘in het verleden behaalde resultaten bieden betere garanties voor de toekomst.’

Bron: Tijdschrift voor coaching – jaargang 7 – nummer 3 – 2011 – pag.15 t/m 17 – Auteur: Alexander van den Berg

0 reacties, click hier om uw reactie toe te voegen:

Een reactie plaatsen