- Timing van vragen naar wanneer het beter ging
- Oplossingsgerichte interventies op een vloeiende en natuurlijke manier toepassen
- Zaklampen op andere hoeken laten richten
- Vaak gestelde vragen op de eerste dag van de opleiding oplossingsgericht coachen
- Oplossingsgericht werken voor vrijwilligers en mantelzorgers
Als cliënten hun eigen positieve gedrag in levendige taal beschrijven, zet dat positieve verandering in gang. Vragen die cliënten uitnodigen om hun eigen positieve gedrag te beschrijven gaan over de toekomst, het heden en het verleden. Een vraag die uitnodigt positief gedrag in de toekomst te beschrijven is: ”Wat zou je kunnen doen als het beter gaat?” Een vraag die uitnodigt tot positieve gedragsbeschrijvingen in het heden is: ”Wat gaat je al goed af?” of: “Wat lukt er al goed?”. En de vragen naar eerdere successen nodigen uit tot positieve gedragsbeschrijvingen in het betere verleden: “Wat deed je toen het beter ging?”
Soms vinden cliënten de vraag naar eerdere successen moeilijk te beantwoorden. De gedachten zijn dan bij het probleem en bij de negatieve symptomen van het probleem. Als een cliënt het moeilijk vindt om een eerder succes te vinden is de vraag ook misschien wat te vroeg gesteld in het gesprek. Als iemand nog aan het vertellen is over waar hij last van heeft is de overgang naar wat hij in de plaats van het probleem wil misschien makkelijker te maken (natuurlijk wil je dit niet, hoe zou je willen dat het zou zijn?). Als de cliënt zijn gewenste situatie heeft beschreven put hij uit zijn fantasie over een betere toekomst, die raakvlakken heeft met wat hij in het verleden al eens heeft meegemaakt toen het beter ging. Stelt de coach de eerdere successen vraag nadat de cliënt zijn gewenste situatie heeft beschreven dan zitten de gedachten van de cliënt al bij zijn eigen positieve gedrag. Nadenken over wanneer hij dat gedrag in het verleden al eens gedaan is dan ook sneller paraat. Het kan nog steeds zijn dat de cliënt het eerdere succes buiten zichzelf legt (het ging beter toen ik een andere leidinggevende had), maar ook dat is progressie want hij tast zijn geheugen toch af naar een beter verleden. “Wat deed je anders toen je een andere leidinggevende had?”, brengt het gesprek toch weer op de eigen positieve gedragsbeschrijvingen. In het onderstaande schemaatje staan mogelijke interventies bij het uitvragen van de eerdere successen:
Oplossingsgerichte interventies op een vloeiende en natuurlijke manier toepassen
Af en toe zeggen deelnemers aan onze trainingen dingen als: “Ik wil leren om in staat te zijn om oplossingsgerichte interventies op een vloeiende en natuurlijke manier toe te passen.” Vaak voegen ze er dingen aan toe als: Ik wil niet dat mijn coaching er mechanisch uitziet”, en: “ik wil dat het er gewoon gemakkelijk en automatisch uitkomt.”
Mensen die heel vaardig zijn in bepaalde complexe activiteiten lijken natuurlijke talenten te hebben. Ze lijken vaak meteen te weten hoe ze een probleem moeten bekijken of aan aanpakken, zonder aarzeling. Deze toppers lijken zonder moeite te presteren. Hoe doen ze dat? Hebben ze natuurlijke gaven meegekregen waar de rest van ons niet over beschikken? Vaste bezoekers van deze site weten mijn antwoord. In het algemeen hebben de beste presteerders, die moeiteloos lijken te excelleren, in feite langdurig de grootste inspanningen geleverd om zo vaardig te worden.
Heel goed worden als oplossingsgerichte professional vormt hierop geen uitzondering. Als je excellent wilt worden als oplossingsgerichte coach dan heb je de grootste kans om dit te bereiken wanneer je dit doel op een zelfde manier benadert als je zou doen wanneer je een topmusicus zou willen worden. Stel uitdagende doelen op gebieden waar je nog niet tevreden over bent, oefen veel, krijg feedback en begeleiding, observeer, bediscussieer en leer van voorbeelden, blijf oefenen, lezen, schrijven en je onderdompelen in het onderwerp. Hoe technisch competenter je zult worden hoe hoe meer aandacht er in gesprekken vrij kan komen om goed te luisteren naar cliënten en om goed te reageren op wat zij zeggen.
Zaklampen op andere hoeken laten richten
Oplossingsgerichte coaches helpen cliënten om zich bewust te worden van wat al eerder goed heeft gewerkt voor hen. Het lijkt misschien wat raar dat cliënten coaches nodig hebben om te ontdekken wat zij zelf eerder al hebben gedaan. Kunnen ze dat zelf dan niet uitvinden? Waarom kunnen ze zich dit niet herinneren zonder hulp van de coach? In het artikel The invisibility of what works leg ik uit dat het eigenlijk niet zo vreemd is om je niet bewust te zijn van wat je eerder hebt gedaan dat werkte.
Mijn verklaring is dat het aantal dingen die in het verleden goed hebben gewerkt zo overweldigend groot is dat het onmogelijk zou zijn voor het bewuste deel van het brein om ze allemaal de hele tijd beschikbaar te hebben. De capaciteit van onze bewuste aandacht is tamelijk beperkt. We gebruiken deze vooral voor wat op dit moment belangrijk is. De overgrote meerderheid van de dingen die we hebben gedaan die goed werkten zinken als het ware weg in de kelder van ons brein waar ze niet zo gemakkelijk toegankelijk zijn. Wanneer we plotseling met een probleem geconfronteerd worden kan het zijn dat we geen flauw idee hebben hoe we het moeten oplossen. Misschien denken we dat we niet capabel zijn om het probleem op te lossen omdat we niet zien wat we kunnen doen. Maar vaak onderschatten we onszelf. Zoals de oplossingsgerichte praktijk vaak laat zien blijken we vaak veel meer oplossingen te hebben dat we ons realiseren.
Wat oplossingsgerichte coaches doen is de bewuste aandacht van cliënten richten op wat eerder goed heeft gewerkt en wat te maken heeft met het probleem of doel waar de cliënt nu mee te maken heeft. Een metafoor die beschrijft wat er in een oplossingsgericht gesprek gebeurt is die van een cliënt die zoekt naar oplossingen in een donkere kamer. De cliënt schijnt met zijn zaklamp op één hoek van de kamer en vindt daar geen oplossingen. Deze hoek is de hoek vak het heden waar het probleem onopgelost is. De cliënt concludeert dat er blijkbaar geen oplossingen zijn. De oplossingsgerichte coach suggereert subtiel – vooral via vragen – om de zaklamp in wat andere richtingen te schijnen. Dan begint de cliënt geleidelijk aan wat andere hoeken in de kamer te ontdekken. In een van deze hoeken worden eerdere successen gevonden. In een andere hoek worden heldere beschrijvingen gevonden van de gewenste toekomst. Langzaam maar zeker worden ideeën voor oplossingen duidelijk.
Wanneer we cliënten helpen om hun licht te richten op wat goed heeft gewerkt beginnen ze te zien wat er al is wat vaak veel meer dan ze hadden durven hopen.
Vaak gestelde vragen op de eerste dag van de opleiding oplossingsgericht coachen
Gisteren startten we met een nieuwe cyclus van de Opleiding oplossingsgericht coachen. Op zo’n eerste dag komen vaak dezelfde soort vragen naar voren. Drie voorbeelden:
- Vraag je in een oplossingsgericht gesprek zelf actief naar hoe een cliënt zich voelt? Als een cliënt boos is, vraag je dan bijvoorbeeld wat hem zo boos maakt en benoem je zijn gevoel: “Ik zie dat je boos bent”of: “Ik merk dat het je raakt, wat emotioneert je zo?”. Het antwoord op die vraag is: “Nee”. Je introduceert als oplossingsgerichte coach niet zelf dat het gesprek over gevoel moet gaan. Als de cliënt zelf praat over zijn gevoel, dan keur je dat natuurlijk niet af. Je erkent zijn gevoel en je helpt de cliënt om langzamerhand in termen van zijn eigen positieve gedrag te gaan praten, in plaats van over zijn innerlijke gevoelswereld. Zijn emoties volgen dan vanzelf. Als hij praat over zijn eigen positieve gedrag, worden zijn emoties positiever. Ook dat benoem je niet, de cliënt hoeft niet op metaniveau te reflecteren op wat er met hem gebeurt. Door de manier van praten krijgt hij meer zin om positieve dingen te gaan doen en beziet hij zijn werkelijkheid optimistischer in.
- Benoem je in een oplossingsgericht gesprek wat je eigen gedachten zijn? Help je de cliënt om de dingen vanuit een ander gezichtspunt te bekijken? Het antwoord op vraag 1 is “nee” en op vraag 2 is “ja”. Het perspectief van de client verandert vaak razendsnel in een oplossingsgericht gesprek, maar die verandering vindt niet plaats door confrontatie met jouw perspectief. In plaats daarvan help je de client via de vragen die je stelt om de zaken van verschillende kanten te kunnen bekijken en vanuit andere perspectieven te kunnen denken.
- Is het niet heel vervelend om samen te vatten in de woorden van de client? Het grappige is dat clienten nooit zeggen dat het vervelend is om de eigen woorden terug te horen. Deze zorg of ergernis komt meer van de coaches zelf en van mensen die een gesprek observeren. De client ervaart dat hij kan doordenken, dat zijn gedachtenproces niet stop gezet wordt en zijn aandacht niet naar de gedachten van de coach hoeven te worden verlegd. Het is wel vervelend als het herhalen van de woorden van de client zonder aansluiting of doorschakeling gebeuren. Aansluiten betekent dat je laat merken dat je het perspectief van de client begrijpt en erkend. Doorschakelen wil zeggen dat je een vervolg geeft aan de samenvatting, bijvoorbeeld door een vraag te stellen. Als de client alleen maar zijn woorden letterlijk terughoort, op een soort mechanische manier, dan stoort het wel en irriteert het wel om samen te vatten in diens woorden. Een alternatief voor het lettelijk herhalen van de woorden is om algemenere erkenningsinterventies te gebruiken, zoals:”ik begrijp dat je dat lastig vindt” of “natuurlijk wil je dat zo niet”.
Door Doortje Kuis
Op 23 september vond er in de Mozes en Aäronkerk in Amsterdam een symposium plaats over “Mensgerichte zorg, het kan wel”. Op uitnodiging van de Vrijwilligersacademie Amsterdam heb ik er een workshop verzorgd over Oplossingsgericht werken. Over hoe de denk- en werkwijze van oplossingsgericht werken vrijwilligers en mantelzorgers kan helpen het werk wat zij doen vol te houden bij tegenslag en er plezier in te houden. Een manier die kan helpen om overeind te blijven in soms extreme omstandigheden.
Tijdens de workshop werd duidelijk dat vooral het stellen van vragen ipv te oordelen, het stoppen met iets wat niet werkt en er (met anderen) iets anders/beters voor in de plaats bedenken, het denken in oplossingen in plaats van het denken in problemen, het denken over de gewenste situatie, kleine stapjes in de gewenst richting, het aanboren van hulpbronnen dicht bij huis, elementen waren die de deelnemers aanspraken en goed konden gebruiken in de door hen ingebrachte casuïstiek.



0 reacties, click hier om uw reactie toe te voegen:
Een reactie plaatsen