Nieuwsbrief Doen Wat Werkt 225

  • Twee dimensies van rationaliteit
  • Test je oplossingsgerichte kennis
  • Over waarheid: we kunnen onjuist en onjuister van elkaar onderscheiden
  • Oplossingsgericht Jaar
  • Objectieve werkelijkheid als een asymptoot
  • Hoe kunnen scholen gaan stoppen met cijfers?
  • Over diagnostiek in personeelsselectie
In zijn boek What Intelligence Tests Miss: The Psychology of Rational Thought legt Keith Stanovich uit hoe cognitieve psychologen het begrip rationaliteit definiëren. Ze onderscheiden twee basale vormen van rationaliteit: 1) instrumentele rationaliteit, je op zo’n manier gedragen dat je bereikt wat je wilt bereiken, en 2) epistemische rationaliteit, er voor zorgen dat je overtuigingen corresponderen met de werkelijk structuur van de wereld. Op het gevaar af om te veel te vereenvoudigen lijkt het erop dat instrumentele rationaliteit gaat over doen wat werkt en epistemische rationaliteit over waarheid en de realiteit zien voor wat zij is. Het lijkt een valkuil om beide van deze rationaliteiten te negeren. Twee onwenselijke dingen kunnen dan gebeuren:
  • A. Je alleen richten op wat waar is maar vergeten om te doen wat werkt kan ertoe leiden dat je dingen negeert die je helpen te overleven en verbonden te blijven met andere mensen. In extreme gevallen kan dit leiden tot een situatie waarin de manier waarop jij dominante overtuigingen ter discussie stelt heersende instituties zodanig bedreigt dat ze je proberen te isoleren (of erger) (denk bijvoorbeeld aan Copernicus en aan Socrates). 
  • B. Je alleen richten op doen wat werkt maar negeren wat waar is kan ertoe leiden dat je je efficiënt gaat bewegen door een web van onwaarheid waardoor je steeds verder van de werkelijkheid afkomt. In extreme gevallen kan dit leiden tot een zo vergaand pragmatisme dat je geleidelijk aan meegaat in en je aanpast aan situaties die systematisch menselijk welbevinden schaden (zoals het lid worden van een religieuze sekte). Hierover denkend, bedacht ik de volgende visualisatie:

Test je oplossingsgerichte kennis
Wil je je kennis van de oplossingsgerichte aanpak testen? Hier is een mini-test met vragen.
  1. Wat is het belang van het geven van een legitimatie bij oplossingsgericht sturen? 
  2. Hoe luidt de continueringsvraag? 
  3. Wat betekent “leiden van achteren” en hoe kan de cliënt dat merken? 
  4. Noem 3 alternatieven voor de wondervraag? 
  5. Waar staat de 10 positie voor bij de oplossingsgerichte schaalvraag? Waarom? 
  6. Wat is oplossingsgericht samenvatten? 
  7. Wat is het voordeel van interne oplossingen? 
  8. Waarom pleit de oplossingsgerichte benadering voor stapsgewijze verandering? 
  9. Wat is het kenmerk van een effectief oplossingsgericht compliment? 
  10. Van wie is de uitspraak:” Exception dialogues work toward a difference that makes a difference”? 
Als je de antwoorden wilt ontvangen, mail dan even naar oplossingsgerichtwerken@kpnmail.nl

Over waarheid: we kunnen onjuist en onjuister van elkaar onderscheiden
Ik ontving een interessante reactie op mijn post Twee dimensies van rationaliteit: “Is oplossingsgericht werken niet gebaseerd op het constructivisme? Misschien ben ik te radicaal maar in dat geval zou dat betekenen dat er niet zo iets bestaat als “wat waar is” (om preciezer te zijn: wat waar is is onweetbaar omdat ieder soort kennis geconstrueerd wordt in je eigen gedachten). Dus komt het neer op “wat werkt” en “wat jij ervaart als waar” (wat betekent dat iemand anders iets misschien op een andere manier heeft ervaren, “waar in andere opzicht of zelfs onwaar vanuit hun gezichtspunt).” 

Mijn antwoord is: Bedankt voor je reactie. Ja, een van de belangrijke inspiraties voor de mensen die oorspronkelijk oplossingsgericht werken hebben beschreven was het sociaal constructivisme / sociaal constructionisme, wat populaire filosofische perspectieven waren in die tijd. Deze kennistheorieën kijken naar hoe sociale verschijnselen zich ontwikkelen in sociale contexten. Sommige mensen die geïnspireerd zijn door deze ideeën denken dat objectieve waarheid niet kenbaar is voor ons. Anderen stellen zelfs dat objectieve werkelijkheid niet bestaat. Die mensen kunnen bijvoorbeeld zeggen dat er niet één waarheid is maar dat er vele waarheden zijn of ze kunnen zelfs het hele idee van waarheid en realiteit verwerpen. 

Persoonlijk denk ik dat het verwerpen van de notie van waarheid of realiteit te radicaal is en niet overtuigend. Neem het voorbeeld van de vorm van de aarde. Ooit dachten mensen dat de aarde plat was en ze bleken het bij het verkeerde eind te hebben. Later dachten mensen dat de aarde bolvormig was wat ook niet juist bleek te zijn (hij benadert slechts de vorm van een bol). Kunnen we daaruit opmaken dat wat we ook denken het altijd later zal worden achterhaald en dat waarheid dus niet bestaat? Ik denk dat die een onjuiste en zelfs gevaarlijk conclusie is. De bewering dat de aarde plat is, is veel onjuister dan de bewering dat de aarde een bol is. Te zeggen dat de aarde een bol is benadert de werkelijkheid veel dichter dan te zeggen dat hij plat is, wat empirisch kan worden gecontroleerd. Als we zeggen dat alle beweringen equivalent zijn dan zo er geen maat voor vooruitgang meer zijn, dan zou er geen noodzaak voor bewijs en wetenschap meer zijn, dan zou de hele notie van onderwijs geen betekenis meer hebben. Ontkennen dat het mogelijk is dat de ene bewering verder van de werkelijkheid afstaat dan een andere is zeggen dat niets er meer toe doet.

Mensen hebben natuurlijk verschillende perspectieven, waarden, opvattingen en dergelijke. Het kan zijn dat ze dit ‘hun waarheid’ noemen. Hoewel ik erken dat we allemaal verschillende perspectieven hebben en hoewel ik het ermee eens ben dat dit heel belangrijk is, vind ik het ook belangrijk om te erkennen dat er een realiteit is die onafhankelijk is van ons perspectief. De ene persoon kan bijvoorbeeld stellen dat de aarde 6000 jaar oud is en een ander dat hij 4,5 miljard jaar oud is. Deze perspectieven kunnen misschien gelijkwaardig lijken maar dat zijn ze niet. Een voorbeeld uit een ander domein: als een individu zijn eigen kankerbehandeling bedenkt, geen onderzoek doet maar gewoon ‘voelt’ dat hij effectief is dan zou deze persoon wat mij betreft niet moeten worden toegestaan om zijn methode toe te passen, hoe ‘waar’ zijn bewering ook lijkt voor hem en zijn volgelingen. Hoewel we misschien nooit in staat zullen zijn om definitieve beschrijvingen van de werkelijkheid te formuleren kunnen we wel degelijk onderscheid maken tussen onjuist en onjuister. We kunnen wel degelijk vooruitgang boeken in onze pogingen om uit te vinden wat waar is wat niet. Ik denk dat dit niet alleen relevant is voor natuurkunde en andere ‘harde’ wetenschappen maar ook voor psychologie, gesprekken, samenwerking, en dergelijke. Ik geloof bijvoorbeeld dat er nuttige antwoorden kunnen worden gevonden op vragen over wat menselijk floreren ondersteunt en belemmert. 

Hoewel ik het bestaan van waarheid en objectieve realiteit niet verwerp ben ik er geen cent minder enthousiast door over oplossingsgericht werken. Door het perspectief van mijn cliënt als basis te nemen voor ons gesprek en door vragen te stellen die gericht zijn op zijn of haar gewenste toekomst hoef ik het helemaal niet te hebben met die persoon of wat waar is en wat niet (laat staan dat ik hem of haar zou moeten overtuigen van wat waar is). Het proces van oplossingsgericht werken werkt in de zin dat het mensen helpt om realistischer en effectiever te worden. Maar dit betekent wat mij betreft niet dat werkelijkheid en waarheid niet bestaan.

Oplossingsgericht Jaar
Aan het einde van het jaar gaan de gedachten van veel mensen naar wat er is gebeurd het afgelopen jaar en wat het komend jaar zal gaan brengen. Die gedachten kunnen een oplossingsgerichte richting krijgen, als je ze leidt met oplossingsgerichte vragen. Wil je oplossingsgericht reflecteren op je jaar? Dan kunnen deze vragen je misschien behulpzaam zijn:

Goed 
  • Waar ben je tevreden over als je terugkijkt op 2011? 
  • Wat ging er goed in 2011 en hoe kreeg je dat voor elkaar? 
  • Wat is het voordeel daarvan en wat heeft dat wat goed ging opgeleverd? 
Lastige periodes 
  • Denk even terug aan een lastige periode in 2011 waar je toch goed doorheen bent gekomen. Hoe lukte het je om er goed door heen te komen? Wat hielp daarbij? Belangrijke anderen 
  • Wat zouden belangrijke anderen zeggen dat er goed is gegaan in 2011? Wat zouden belangrijke anderen zeggen dat jij deed om dat wat goed ging te bereiken? 
  • Wat zouden belangrijke anderen zeggen dat goed werkte om door lastige periodes heen te komen?
Vooruitblik 
  • Wat zou je in 2012 graag willen behouden zoals het nu is? 
  • Waaraan zal je zometeen merken dat je een goede start aan het maken bent van 2012? Wat doe je dan dat werkt? Hoe ga je dan om met tegenslagen, zodat je kunt zeggen dat je toch een goede start aan het maken bent? 
  • Waaraan zullen anderen merken dat je een goede start aan het maken bent in 2012? 
  • Welke redenen voor optimisme heb je dat 2012 een goed jaar zal gaan worden?

Objectieve werkelijkheid als een asymptoot 
Naar aanleiding van mijn post Over waarheid: we kunnen onjuist en onjuister van elkaar onderscheiden kreeg ik verschillende reacties. Eén antwoord bevatte de volgende opmerking: “Afgaand op wat ik begrijp van radicaal constructivisme (en ik denk dat ik dat ben) wordt de realiteit niet ontkend. Het is alleen zo dat “de echte realiteit” niet objectief gekend kan worden omdat er altijd een subject naar kijken, ofwel direct, dan wel indirect via apparaten. Dus elke kijk op de realiteit is waar in zichzelf en voor zichzelf. Maar dat belet mensen niet om met elkaar te praten over verschillende zienswijzen en om te komen tot een consensus over wat de echter realiteit is (of werkelijkheid “daar buiten” zoals constructivisten zeggen). Toen iedereen dacht dat de aarde plat was, was dat ook zo. Maar, op een dag, deed iemand een experiment en een meting en nam waar dat hij rond was. Persoonlijke ervaring ondersteunde die overtuiging en we moeten nog wachten op iemand die kan bewijzen dat de aarde toch plat of kubusvormig is. Dus we vertrouwen erop in die mate dat we onze twijfel laten varen en gaan er van uit dat de werkelijk ‘daarbuiten’ is dat de aarde inderdaad bolvormig is.”

Hier zijn mijn gedachten over dit onderwerp: Ik zou niet zeggen dat “elke kijk op de realiteit waar is in zichzelf en voor zichzelf..” Ik denk dat elke zienswijze waar kan lijken of voelen maar dit betekent niet dat deze ook feitelijk waar is. Ook zou ik niet zeggen: “Toen iedereen dacht dat de aarde plat was, was dat ook zo”. Ik zou zeggen: “Hoewel iedereen ooit dacht dat de aarde plat was, was dat feitelijk niet zo.” Het maakte misschien voor de meeste mensen weinig uit of hij wel of niet plat was en ze namen de veronderstelde platheid van de aarde voor waar. Dit was echter geen goede weerspiegeling van de werkelijke vorm van de aarde, die niet plat is.

Ik zou ook niet zeggen dat “de echte realiteit” niet kenbaar is. Hoewel ik het er mee eens ben dat we misschien nooit in staat zullen zijn om alles over de werkelijkheid te begrijpen zou ik over dit onderwerp liever niet in dualistische termen denken (kunnen we de objectieve werkelijkheid wel kennen of kunnen we dat niet?). In plaats daarvan pleit ik voor een meer continue manier van kijken waarbij we onderscheid maken tussen beweringen die minder of meer waar of onwaar zijn. We kunnen vrij objectief zegen dat de aarde niet plat is en we begrijpen vrij goed hoe leven zich volgens evolutionaire mechanismes ontwikkelt. Dit soort denken over wat waar is lijkt bij uitstek relevant voor als je een exacte wetenschapper bent. Maar ik geloof ook in sociale wetenschap die ook verder gaat dan de puur subjectieve ervaring en verder gaat dan ‘waar zijn we het over eens?’. Ik zeg niet dat ´werkelijkheid’ in de zin zoals ik hem hier bedoel altijd belangrijk is om met elkaar te bespreken. In veel situaties is een pragmatische aanpak van ´wat lijkt hier te werken?’ interessanter. Mijn oorspronkelijke bewering was dat het onwijs is om beide aspecten van rationaliteit geheel te negeren (wat is waar? en wat werkt?).

Een andere reactie kwam van een wiskundelerares die tevens wiskunde studeert. Zij las dit deel van mijn artikel: De bewering dat de aarde plat is, is veel onjuister dan de bewering dat de aarde een bol is. Te zeggen dat de aarde een bol is benadert de werkelijkheid veel dichter dan te zeggen dat hij plat is, wat empirisch kan worden gecontroleerd. Als we zeggen dat alle beweringen equivalent zijn dan zo er geen maat voor vooruitgang meer zijn, dan zou er geen noodzaak voor bewijs en wetenschap meer zijn, dan zou de hele notie van onderwijs geen betekenis meer hebben. Ontkennen dat het mogelijk is dat de ene bewering verder van de werkelijkheid afstaat dan een andere is zeggen dat niets er meer toe doet.”, en zei: “Dat is net als bij een asymptoot, nietwaar?”

Mijn antwoord: Ja, ik denk dat de vergelijking met een asymptoot interessant is. In de wiskunde is een asymptoot van een functie of kromme een rechte lijn of een kromme waar de grafiek van die functie of die kromme willekeurig dicht toe nadert bij grote waarden van een van de variabelen. In de figuur hieronder is de stippellijn de asymptoot. Zoals je ziet benadert de curve de asymptoot steeds dichter. Dit is een interessante metafoor voor hoe kennis zich kan ontwikkelen. De asymptoot geeft de werkelijke toestand van de natuur, weer, onafhankelijk van onze interpretatie ervan.


Hoe kunnen scholen gaan stoppen met cijfers?
Alfie Kohn heeft een nieuw artikel geschreven waarin hij (opnieuw) pleit voor het afschaffen van cijfers op school. Ik volg zijn werk al heel wat jaren en vraag me regelmatig af hoe meer scholen en docenten en ouders kennis kunnen nemen van zijn werk. En het serieus nemen door echt anders om te gaan met cijfers en beoordelingen op school. Het bewijs van het ondermijnende effect van cijfers op leren is overweldigend. En het is al jaren en jaren bekend (de eerste publicaties dateren van de jaren 30 van de vorige eeuw!) dat cijfers geven de volgende effecten hebben:

  1. cijfers verminderen de interesse van studenten in wat ze aan het leren zijn. Een oriëntatie op cijfers is omgekeerd evenredig met een oriëntatie op leren. Elke studie, zegt Alfie Kohn, die ooit is gedaan heeft aangetoond dat de intrinsieke motivatie daalt wanneer er cijfers in het spel zijn. 
  2. cijfers creëren een voorkeur voor het aanpakken van de eenvoudigst mogelijke taak. Benadruk bij studenten dat wat ze doen telt voor een cijfer en ze zijn meer geneigd om onnodige intellectuele uitdagingen uit de weg te gaan en te kiezen voor iets eenvoudigs waar ze gemakkelijk een hoog cijfer voor kunnen halen. Dat is rationeel gedrag. De studenten rehttp://www.blogger.com/img/blank.gifageren op de volwassenen die hen laten weten dat het doel is om een hoog cijfer te halen en daarmee aangeven dat succes belangrijker is dan leren. 
  3. cijfers verlagen de kwaliteit van denken van studenten. Studenten vragen zich af als ze iets lezen “ komt dit zometeen op de toets?” in plaats van “hoe kan ik zeker weten dat wat ik lees klopt?” Onderzoeken laten zien dat studenten die leren voor een cijfer meer moeite hebben de stof tot zich te nemen en zich minder herinneren na een aantal weken. '
Er zijn goede alternatieven voor cijfers geven en er is bewijs dat die alternatieven effectief zijn. Lees Alfie Kohn’s artikel voor voorbeelden daarvan.

In tegenstelling tot wat ik graag zou willen, heb ik heb de indruk dat cijfers belangrijker lijken te worden in plaats van minder belangrijk. Het regent elke dag cijfers op middelbare scholen. De cijfers worden voorgelezen in de klas zodat er een gevoel van competitie ontstaat tussen de studenten. En wat ik ook vaak zie is dat het cijfer de enige feedback is die de studenten krijgen. Ze weten wel hun cijfer, maar niet wat ze goed of fout hebben gedaan. Veel lagere scholen beginnen ook al op jonge leeftijd de kinderen "te laten wennen" an cijfers.

Kohn noemt dat BGUTI: better get used to it. Hij zegt: “De claim is dat we onze kinderen onplezierige en onnodige dingen moeten aandoen (cijfers) om hen voor te bereiden dat die onplezierige en onnodige dingen hen later ook zullen worden aangedaan. Die redenering is net zo absurd als hij klinkt, en toch blijft die redenering het onderwijsbeleid bepalen.”

Hoe kunnen scholen gaan stoppen met cijfers? Kent u voorbeelden van scholen of docenten die goede alternatieven hebben gevonden voor cijfers geven? Wat vindt u van de alternatieven die Alfie Kohn suggereert?

Over diagnostiek in personeelsselectie
David Creelman publiceert binnenkort een artikel over het gebruik van diagnostiek bij personeelsbeslissingen. In dat artikel wijst hij op enkele problemen met formele diagnostische tools. Hij betoogt dat organisaties formele instrumenten altijd in combinatie met informele instrumenten moeten gebruiken. Ik zal een linkje naar dat artikel plaatsen wanneer het online is. In de tussentijd vroeg David mij naar mening over het onderwerp van diagnostiek in personeelsmanagement en hier is mijn antwoord:

Ik vroeger heb jarenlang gewerkt als arbeids- en organisatiepsycholoog en heb veel tests afgenomen en assessments uitgevoerd. Had je me het in die tijd gevraagd dan had ik gezegd dat het gebruik van objectieve assessmenttechnieken de manier zijn om de utiliteit van personeelsbeslissingen te vergroten.

Met het verloop van de jaren is mijn kijk op dit onderwerp nogal veranderd. Ik ben nog steeds voor een systematische aanpak van personeelsbeslissingen maar ik ben niet meer zo’n fan van gestandaardiseerde tests. Over het algemeen zijn die gebaseerd op een fixed mindset van menselijke capaciteiten en werken zij die verder in de hand. Ze werken ook het etiketteren van mensen in de hand en ze nodigen uit tot een te personalistische kijk op menselijk functioneren. Ten slotte geven ze managers vaak misplaatst gevoel van zekerheid. Ze produceren ‘harde’ scores maar testdimensies reflecteren vaak slecht de eisen, inhoud en context van het werk in kwestie.

Wat ik zou gebruiken bij selectie- en promotiebeslssingen is een systematische aanpak om een indruk te krijgen van ideeën, waarden, overtuigingen, kennis, vaardigheden en persoon-functie/organisatie match. Ik zou biografische en situationele vragen gebruiken. Ik zou meerdere beoordelaars gebruiken en ik zou terughoudend zijn om externen in te huren als assessor.

0 reacties, click hier om uw reactie toe te voegen:

Een reactie plaatsen