- 6 Manieren waarop oplossingsgericht werken organisatieverandering versnelt
- Je doelen bereiken?
- Bètacoach: veelbelovend project ter bevordering van het bèta-onderwijs
- Een cultuur waarin fouten maken positief is
- 3 nieuwe artikelen rondom de groeimindset en intelligentie
- Hoe je namen kunt onthouden
- De kaart is niet het gebied
Gastbericht door Alan Kay
Hoe ziet de praktijk van oplossingsgericht veranderen er uit? Meer dan 12 jaar oplossingsgericht werken waarbij het oplossingsgerichte model de kern is van wat ik mijn cliënten bied, laat zien dat het één van de beste manieren is om organisaties vooruitgang in verandering te laten maken. Deze manier van denken is bruikbaar voor alle organisatie en voor alle functies binnen die organisaties … van bankiers tot jeugdhulpverlening, van actuarissen tot architecten.
1. Oplossingsgericht werken vraagt, het vertelt niet. De consultant presenteert geen oplossing – de cliënt komt tot de verandering via de betere vragen van de consultant. Waarom? Ik zeg tegen cliënten dat zij weten wat ze moeten doen maar dat dit alleen niet duidelijk voor hen is omdat ze in hun denken verstrikt geraakt zijn door probleemgerichtheid in hun strategische en in hun tactische discussies. Oplossingsgericht werken zorgt ervoor dat de niet-productieve discussie verdwijnt en helpt om te verhelderen wat ze willen dat er beter wordt (wat ze in plaats van het probleem willen). Citaat: “In business we all know we have problems, but it is progress on the problems we need. Solution Focus is very effective at getting people to think and act on the right things, the possible solutions. It is a wonderful tool at getting people unstuck and making progress happen.” ~ Tim Hammond, General Manager, Fuel
2. De cliënten zijn de experts in de verandering die zij willen. Waarom? Ik heb veel cliënten gezien die zich realiseerden dat zij al expertise hadden in het realiseren van verandering wanneer zij zich bewust werden van wat zij al goed gedaan hadden. Dat is het platform van de expertise waarop verder op moeten bouwen. Citaat: “I realized that there are so many smart, creative people around the table, and when you give people the opportunity to come up with their own solutions, you get much better and richer solutions.’ ~ Margaret Eaton, President, ABC Life Literacy Canada
3. De cliënt heeft de antwoorden op vooruitgang te kunnen boeken. Cliënten werken met wat ze hebben zodat verandering zichzelf laat zien Waarom? Wanneer ze vast komen te zitten terwijl ze het probleem aan het bespreken zijn verliezen mijn cliënten het zich op de antwoorden die voor hen liggen. Misschien zien ze de antwoorden wel maar ze kunnen niet besluitvaardig zijn omdat het onderzoek of de SWOT analyse over de bedreigingen en zwaktes hen angstig maakt. Citaat: “The outcomes were extremely positive for the organizations involved and for the management teams within them.” ~ Norm Bolen, President, Canadian Media & Production Association
4. Door zelf te ontdekken wat er nodig is voor verandering kan de cliënt de gewenste toekomst helder beschrijven. Hieruit komen kleine stappen naar voren. Waarom? Wanneer de cliënten (niet de consultant) identificeren wat ze in plaats van het probleem zouden willen zien dan schetsen ze duidelijker plaatje van de toekomst die zij wèl willen. Ze boeken direct vooruitgang en implementeren verandering vaak meteen. Citaat: “…You give people the opportunity to come up with their own solutions…you get much better and richer solutions.” ~ Margaret Eaton, President, ABC Life Literacy Canada
5. Wanneer de cliënt ziet dat kleine stapjes voorwaarts al meteen gebeuren is de grotere verandering ook begonnen. Waarom? Wanneer cliënten onmiddellijke verandering ervaren – soms groot, vaak klein – beginnen ze een pad te bewandelen van leren en besluitvorming. Niet alles zal werken maar er zal vooruitgang zijn. Vaker wel dan niet zal deze niet alleen duurzaam zijn maar tevens substantieel. Citaat: “There are big wins in the small steps.” ~ Anthony Alfred, ABC Life Literacy Canada
6. Verander zo min mogelijk. Waarom? Veel cliënten die duidelijk gaan zien waar ze naar toe willen, ontdekken dat de enorme verandering die zij eerst noodzakelijk achtten slechts een bedenksel was en dat de kleine veranderingen die ze hebben bereikt leiden tot veel grotere, echte verandering. Citaat: “Instead what we have is understanding – if not always agreement – and an environment of trust and knowledge on which to move forward.” ~ Valerie Creighton, President & CEO, Canada Media FundProduceert oplossingsgericht werken wonderen? Er zijn mensen die zeggen dat dat letterlijk zo is. Is het een wonderaanpak voor iedere cliënt die zich vast voelt zitten? Nee, maar het produceert veel kleine wondertjes die op zijn minst weinig kwaad kunnen en vaak cliënten het zelfvertrouwen geven dat ze op de goede weg zijn.
Je doelen bereiken?
Heidi Grant Halvorson beschrijft in de Harvard Business Review winter 2011 editie negen dingen die mensen doen als ze hun doelen succesvol bereiken. Dit is een korte samenvatting van die negen dingen:
- Wees specifiek over wat je wilt bereiken. Concrete, gedetailleerde doelbeschrijvingen werken beter dan vage.
- Benut kleine momenten om in actie te komen. Om de kleine momenten goed te benutten, zorg ervoor dat je precies weet op welk moment je welk gedrag wilt doen. Benut "als, dan" redeneringen (als het een half uur voor etenstijd is, ga ik 20 minuten rennen).
- Weet hoe ver je nog te gaan hebt. Wees eerlijk over je progressie en evalueer die regelmatig. Als je niet weet hoe je het aan het doen bent, kun je immers ook niet bijstellen.
- Wees een realistische optimist. Heb positieve verwachtingen over dat je doel bereikbaar is en realiseer je dat de weg ernaar toe met vallen en opstaan zal gaan en dat het moeilijk zal zijn.
- Focus op beter worden, niet op goed zijn. Zie ook hier: focus op progressie en hier het plezier van beter worden
- Zet je tanden op elkaar. Bijt door. Doorzettingsvermogen is te leren, net zoals heel veel andere vaardigheden.
- Versterk je wilskracht-spier en je zelfbeheersings-spier. Om die spieren te versterken kun je jezelf dwingen om iets te doen dat je liever niet zou doen. Spieren worden sterker als je ze gebruikt en verslappen als ze niet worden gebruikt.
- Tart het noodlot niet. Dus zorg ervoor dat je niet in te moeilijke, verleidelijke situaties beland en vraag niet meerdere moeilijke dingen tegelijkertijd van jezelf.
- Focus op wat je wel wil en niet op wat je niet wil. Hoe meer je denkt aan iets dat je niet meer wilt, hoe meer je die slechte gewoonte versterkt. Denk aan wat je wel wilt, welk positief gedrag je wilt gaan doen.
Bètacoach: veelbelovend project ter bevordering van het bèta-onderwijs
Via via hoorde ik van het project Bètacoach van Monique Pijls (foto): een veelbelovend en innovatief project ter bevordering van het bètaonderwijs. Het project interesseert me omdat het volgens mij belangrijk is om het (bèta-)onderwijs in Nederland te verbeteren en omdat het oplossingsgerichte kenmerken heeft.
Waarom is het volgens mij belangrijk om het (bèta-)onderwijs in Nederland te verbeteren? Nederland is een welvarend land met een relatief bloeiende economie en waarin veel dingen goed geregeld zijn. De situatie die we aantreffen in Nederland is in belangrijke mate te danken aan de inspanningen die in het verleden geleverd zijn om effectieve maatschappelijk instituties, een goede infrastructuur en concurrerende bedrijven op te bouwen. Het is geen vanzelfsprekendheid dat deze situatie zo blijft. De welvarendheid in een land is uiteraard niet iets wat je eens opbouwt en waar je vervolgens geen omkijken meer naar hebt. Integendeel; wil het goed blijven gaan in een land dan moeten er steeds antwoorden blijven worden gevonden op vragen als: wat willen we opbouwen? Waar willen we goed in zijn/worden? Hoe verschuift ons verdienvermogen in het licht van de internationale ontwikkelingen (onder ander de sterke opkomst van landen als China)? Nederland heeft een sterke bèta-traditie. Kijk maar eens naar deze lijst van Nederlandse Nobelprijswinnaars en denk maar eens aan bedrijven als Philips die door de jaren heen veel innovaties hebben geproduceerd. (Terzijde: zie ook dit filmpje van Neil deGrasse Tyson over het belang van bèta-onderwijs).
Het project bètacoach lijkt mij een goed doordachte en kansrijke manier om op middelbare scholen een impuls te geven aan het bèta-onderwijs. Hier puntsgewijs wat uitleg over het project:
- Wat houdt Bètacoach in? In september 2010 startte een pilot van dit project waarbij 3e klassers met een laag zelfvertrouwen in de bètavakken coach gevraagd werden om coach te worden van vier tot vijf brugklassers in de wiskundeles. Eenmaal per week kwamen de bètacoaches bij de brugklassers in de les, voorbereid door hun docent, om met een groepje leerlingen te werken.
- Rolwisselend onderwijs: Een belangrijk uitgangpunt van het project was het principe van ‘rolwisselend onderwijs. Onderzoek toont aan dat door een bepaald begrip uit te leggen je opnieuw je eigen kennis construeert, waardoor deze steviger verankerd wordt en zich makkelijker verbindt met nieuwe informatie.
- Het kiezen van bètacoaches: de volgende stappen helpen bij het kiezen van de bètacoaches: 1) Kies een leerling die qua resultaten of zelfvertrouwen te winnen heeft, 2) Overleg met een collega over de geschiktheid van een leerling, 3) Vraag de leerling om bètacoach te worden en maak duidelijk dat dit iets bijzonders is, 4) Spreek de verwachting uit dat deze leerling het kan, 5) Stel eisen: geef duidelijk aan dat dit committent en inzet vraagt.
- Voorlopige bevindingen: Zowel de brugklassers als de 3e klassers bleken enthousiast over de werkwijze. Burgklassers zeiden dat ze zich beter konden concentreren, gemakkelijker vragen durfden te stellen en de stof eerder begrepen. 3e klassers zeiden dat ze het leerzaam vonden om de stof ter herhalen en dat ze actiever waren geworden.
Niels Bohr stelde dat een expert iemand is die alle fouten heeft gemaakt in zijn vakgebied die je maar kunt maken en die ervan heeft geleerd. Fouten maken kan leerzaam zijn. Maar fouten maken is juist vaak onaangenaam, door de afkeuring van de omgeving. Je gaat je schamen voor een gemaakte fout, je voelt je dom en incompetent. Hoe je reageert op een fout heeft ook veel te maken met de overtuiging die je hebt over succes en falen. Is falen een teken van domheid? Dan ligt faalangst op de loer. Is falen een teken dat je iets nog niet begrijpt en je je moet inspannen om jezelf te verbeteren? Dan ben je bereid om te onderzoeken wat je fout deed en het opnieuw te proberen. Zoals Carol Dweck laat zien met haar onderzoeken is die laatste overtuiging (een groeimindset overtuiging) een voorwaarde om daadwerkelijk beter te worden. Lisa Blackwell geeft in haar artikel tips voor het creëren van een cultuur op school en thuis waarin fouten maken als positief wordt gezien:
- Benadruk de waarde van fouten in het licht van leren. Veel mensen, stelt Lisa, geven aan veel te hebben geleerd van hun fouten. Het is onmogelijk om een probleem op te lossen zonder fouten te maken. Omarm daarom het maken van fouten in de klas en thuis als kansen om te leren. Leren vraagt om buiten je comfortzone te treden. Vertel daarom als docent aan de leerlingen dat sommige stof verwarrend zal zijn en dat ze in het begin fouten zullen maken. En dat als ze geen fouten maken, de stof moeilijker gemaakt moet worden. Vraag leerlingen om hun “beste fout” van de week te vertellen en wat ze van die fout hebben geleerd. Doe het zelf ook voor als leraar. En breng wat humor in het praten over fouten.
- Maak kinderen zelf verantwoordelijk voor hun eigen leren. Als kinderen denken dat ze beoordeeld worden door iemand anders worden ze risico-avers. Laat daarom kinderen hun eigen werk beoordelen en hun eigen progressie beoordelen. Laat ze bijvoorbeeld reflecteren op wat ze hebben geleerd. Stel ze open vragen over hun werk, zoals “hoe heb je je voorbereiding aangepakt?” of “waar raakte je in de war?” in plaats van “welk cijfer heb je gehaald”?
- Geef groeimindset feedback. Prijs het proces, niet de persoon. meer hierover kun je hier lezen.
- Moedig een risico-tolerante peer group cultuur aan, door bijvoorbeeld complimenten te geven die gaan over pro-sociaal gedrag, risico-nemend gedrag, behulpzaam gedrag etc. Geef geen persoonlijke feedback over talenten, en vergelijk kinderen niet met elkaar, dat wakkert de competitie aan.
Er zijn recent drie nieuwe artikelen verschenen rondom de groeimindset en intelligentie:
- Can Everyone Become Highly Intelligent? Cultural Differences in and Societal Consequences of Beliefs about the Universal Potential for Intelligence (Savani, Rattan, Naidu en Carol S. Dweck, 2011). De onderzoeken in dit artikel laten zien dat de overtuiging dat alleen sommige mensen het potentieel hebben om zeer intelligent te worden een cultureel gevormde overtuiging is die in hand kan werken dat mensen tegen beleid zijn dat gericht is op het tegengaan van sociale ongelijkheid.
- “It's ok - not everyone can be good at math”: Instructors with an entity theory comfort (and demotivate) students (Rattan, Good en Dweck, 2011). De artikelen in dit onderzoek laten zien dat leraren met een fixed mindset met betrekking tot wiskundige competentie eerder denken in termen van een lage aanleg voor wiskunde op basis van een laag cijfer. Ook leidt deze fixed mindset bij leraren eerder tot troost gedrag ("niet iedereen kan goed zijn in wiskunde") en weinig aanmoediging om inspanning te leveren. Deze fixed mindset bij leraren werkt demotiverend waardoor leraren die niet zo presteren blijven hangen in hun lage scores.
- Intelligence: New findings and theoretical developments (Nisbett, Aronson, Blair, Dickens, Flynn, Halpern en Turkheimer). Dit artikel geeft de laatste stand van zaken in het de theorieën en empirische bevindingen over intelligentie. Zie ook 9 indications that intelligence can be developed waarin het werk van meerdere van de auteurs van dit artikel wordt samengevat.
Hoe je namen kunt onthouden
Ik vind namen onthouden moeilijk. Vraag mij naar het perspectief van een cliënt of naar een verhaal dat een cliënt me heeft verteld en ik kan het vrij snel en accuraat samenvatten. Maar vraag me naar de naam en ik sta regelmatig met mijn mond vol tanden. Uit onderzoek van Griffin blijkt dat meer mensen daar last van hebben. Namen onthouden blijken we moeilijker te vinden dan banen, hobby's en zelfs woonplaatsen onthouden van anderen. De reden blijkt te zijn dat namen geen logica hebben. Een naam is arbitrair en betekenisloos. En omdat er geen semantische kapstokjes zijn, vinden we het lastig namen te onthouden. Bijnamen zijn bijvoorbeeld veel gemakkelijker te onthouden. Een tip is dan ook om voor jezelf een semantisch kapstokje te bedenken. Maak een geheugensteuntje waarmee je de naam meer betekenis geeft.
Ik vind namen onthouden moeilijk. Vraag mij naar het perspectief van een cliënt of naar een verhaal dat een cliënt me heeft verteld en ik kan het vrij snel en accuraat samenvatten. Maar vraag me naar de naam en ik sta regelmatig met mijn mond vol tanden. Uit onderzoek van Griffin blijkt dat meer mensen daar last van hebben. Namen onthouden blijken we moeilijker te vinden dan banen, hobby's en zelfs woonplaatsen onthouden van anderen. De reden blijkt te zijn dat namen geen logica hebben. Een naam is arbitrair en betekenisloos. En omdat er geen semantische kapstokjes zijn, vinden we het lastig namen te onthouden. Bijnamen zijn bijvoorbeeld veel gemakkelijker te onthouden. Een tip is dan ook om voor jezelf een semantisch kapstokje te bedenken. Maak een geheugensteuntje waarmee je de naam meer betekenis geeft.
In mijn posts Objective reality as an asymptote en On truth: we can distinguish between false and falser (discussies die daarop volgende – vooral in mijn Solution-Focused Change LinkedIn groep) heb ik mijn kijk op het verschil tussen de werkelijkheid en onze interpretatie ervan beschreven.
Samenvattend pleit ik er tegen om 1) te zeggen dat de werkelijkheid niet bestaat, 2) te zeggen dat de werkelijkheid onkenbaar is voor ons, 3) te zeggen dat het geen zin heeft om ons begrip van de werkelijkheid te vergroten, 4) te zeggen dat het geen zin heeft om onderscheid te maken tussen de validiteit van de ene bewering en de andere en 5) iemands kijk op de werkelijkheid ‘iemands waarheid’ te noemen (en in het verlengde daarvan te zeggen dat iedereen zijn eigen waarheid heeft en dat ieders waarheid even waar is).
Ik pleit ervoor om: 1) te denken over de juistheid van onze zienswijzen en stellingen in continue termen (niet in discontinue termen), 2) de werkelijkheid te zien als een asymptoot die we kunnen benaderen, 3) onderscheid te maken tussen onze interpretaties/model van de werkelijkheid en de werkelijkheid zelf, 4) de beperkingen van de modellen die we hebben ontwikkeld te onderkennen en 5) expliciet te het verschil te onderkennen tussen stellingen die de werkelijkheid slechter beschrijven (onjuiste beweringen) en stellingen die de werkelijkheid beter beschrijven (minder onjuiste stellingen).
Mijn interpretatie van de befaamde “de kaart is niet het gebied” uitspraak van Alfred Korzybski (foto) beschrijft dit goed. Hij zei “de kaart is niet het gebied”, waarmee hij bedoelde dat een abstractie die ergens van afgeleid is of ergens een reactie op is, niet het ding zelf is. Korzybski beweerde dat veel mensen kaarten met gebieden verwarren, kortom modellen van de werkelijkheid met de werkelijkheid zelf. Dit beschrijft heel goed wat ik bedoel.
Gregory Bateson zei hierover het volgende: “We zeggen dat de kaart anders is dan het gebied. Maar wat is het gebied? Iemand trok eropuit met zijn netvlies of een meetstok en maakte representaties die op papier gezet werden. Wat op papier staat is een representatie van de representatie op het netvlies van de man die de kaart maakte. En als je de vraag verder terug druk dan is wat je krijgt een een oneindige regressie, een oneindige serie kaarten. Het gebied komt helemaal nooit binnen Altijd zal het proces van representatie het uitfilteren zodat de mentale wereld slechts bestaat uit kaarten van kaarten, tot in het oneindige. Bateson voegde ook een andere interessante dimensie toe aan deze discussie door te zeggen dat de bruikbaarheid van een kaart (een representatie van de werkelijkheid) niet noodzakelijkerwijs een kwestie van haar letterlijkheid waarheid is, maar van de mate waarin haar structuur, voor het doel dat de we hebben, voldoende analoog is aan het gebied.



Namen onthouden...
BeantwoordenVerwijderenTijdens een training deden we een voorstelrondje waarbij iedereen de eerste letter van zijn naam moest (her)gebruiken als beginletter van een metafoor/begrip/voorwerp dat op hem/haar van toepassing was. Voorbeeld: "ik ben Paul Pollepel, want ik vind van de naam iets makkelijker, en geeft meteen het leuk om te koken - mijn specialiteit is een franse stoofpot...". Het maakt het herinneren gespreksonderwerpen voor in de pauzes.